De prehistorie: textiel vóór de oudheid

Inleiding – Mesopotamie – Verder terug dan 26.000 jaar geleden. Via textiel staan we in contact met onze voorgeschiedenis – Het neolithicum in Nederland, Limburg – De Neanderthaler

Inleiding

Voor het bestuderen van het verleden markeren historici als gezamenlijk professioneel vertrekpunt:
de samenlevingen dienen te beschikken over het geschreven woord, het schrift.
Wanneer een beschaving iets te boek heeft gesteld of wanneer letters en woorden in klei staan geschreven kan dat schrift worden bestudeerd en daarmee ontstaat serieuze wetenschap.
Vanuit dat uitgangspunt (‘Het staat geschreven’) is Mesopotamie de eerste beschaving.

Voor wie geInteresseerd is in textiel is dat wel een hoge en kunstmatige drempel. Immers: textiel bestond al duizenden en duizenden jaren voor het schrift en ook nadat hele samenlevingen konden lezen en schrijven waren er weinig weefsters of spinsters die een essay schreven over de essentie van hun werk of bijhielden hoeveel uur ze hadden gewerkt aan het kleed dat zo-even door de handelaar of de bediende van de rijke aristocraat was opgehaald.
Duizenden jaren lang waren schrijven en lezen vaardigheden die alleen werden geleerd aan mensen die daarvoor waren vrijgesteld: monniken bijvoorbeeld of mensen uit het aristocratisch deel van de samenleving. Tja, en als het niet staat opgeschreven dan is het er niet 😦

Waar het textiel betreft is dat soms nog steeds zo.
In de bijlage van De Volkskrant van 14 februari 2026 staat een artikel over de schrijvers bij Wikipedia.
De schrijvers leggen verantwoording af.
Op pagina 48: ‘We kunnen niet schrijven over iets dat niet door andere bronnen is behandeld.’
Een collega zegt daarover: Het hameren op bronvermelding is goed, maar dat schiet soms tekort.’

‘Vooral over de meer ‘vrouwelijke onderwerpen zijn geen goede bronnen. Ik wéét hoe bij het borduren de bladsteek gaat, maar zie er maar eens een goede bron voor te vinden.’

Dit verhaal begint met Mesopotamië.
Die beschaving vormt de overgang tussen prehistorie en oudheid.
Na Mesopotamië leest u over de beschavingen daarvóór.

Mesopotamië bestond uit meerdere beschavingen


Ruim zesduizend jaar volgden meerdere beschavingen elkaar in Mesopotamie op.
De eerste cultuur wordt (door archeologen, er was toen nog geen schrift) Jarmo genoemd.
De Sumeriërs leefden rond 6800 voor Christus.
De láátste beschaving heet Nieuw Assyrische Rijk (900 – 609 voor Chr) en daarna kwam nog het Nieuw-Babylonische Rijk (- 539 voor Christus.)
Tussen de eerste en laatst genoemde cultuur zitten wel vijftien andere heerschappijen. (Zie Wikipedia-Mesopotamië) Uiteindelijk werd de laatste beschaving van de Babyloniërs onder de voet gelopen door de Perzen (het huidig Iran) en daarna kwam Alexander De Grote.

EERSTE STEDEN IN MESOPOTAMIE
Ongeveer 4000 jaar voor Christus bouwden de Mesopotamiërs de eerste steden. Het worden nu stadsstaten genoemd. Men schat dat die ongeveer 10.000 inwoners telden.
De huizen werden gebouwd met stenen van zongedroogde klei. Met datzelfde type stenen bouwden ze muren rond hun stad. De families leefden in een groot-familieverband: meerdere generaties bij elkaar.

Maar al duizend jaren eerder bouwden voorlopers kleinere nederzettingen op dezelfde manier: enkele huisjes met een muurtje erom.
Rond 8500 v.Chr. maakten de wilde planten, waar de jagers, verzamelaars zich mee voedden, plaats voor tarwe. Men schat in dat de jagers verzamelaars leefden in groepen van ongeveer 100 mensen. Toen de tarwe zijn intrede had gedaan hadden de dorpen, de nederzettingen een grootte van ongeveer 1000 mensen. (blz. 95 van Sapiens)

In Mesopotamië werkten de natuurlijke omstandigheden mee: de rivieren Eufraat (2700 kilometer lang) en Tigris (bijna 2000 km) traden vaak buiten hun oever; ze voerden steeds verse en vruchtbare klei aan.
Het kanaliseren van het boerenland werd in hoge mate beheerst. Mesopotamië betekent dan ook Tweestromenland. Het centrum lag op de plaats waar nu Irak en Koeweit liggen.

MET DANK AAN MESOPOTAMIE:
De cultuur en kennis van toen leeft op meerdere manieren voort in ons hedendaags leven.
Bijvoorbeeld HET WIEL, ONZE TIJDBEREKENING, KALENDER EN PLAATSBEPALING EN HET SCHRIFT EN DE EERSTE GESCHREVEN WETTEN EN RECHTSSPRAAK danken we aan hen
Ons tijdstelsel (zestig seconden in een minuut, zestig minuten in een uur) is gebaseerd op hun rekenmethoden. Men rekende met het zestigtallig stelsel, want 60 is deelbaar door alle getallen onder de 6.
Tegelijk met de kennis over irrigatie ontwikkelden zich de kennis over het sterrenstelsel.
Ze konden zonsverduisteringen voorspellen. Ook verdeelden zij het jaar in twaalf maanden, gebaseerd op de stand van de maan.
De Soemeriers kenden begrippen voor tijd, en gewicht en afstand.
Ook onze gradenboog (360 graden in een cirkel) en onze plaatsbepaling op aarde is rechtsstreeks afkomstig van de culturen uit Mesopotamie.
Het eerste schrift was bedoeld voor de belastinginners: ze kerfden met een rietstengel in kleitabletten.
HANDEL IN MESOPOTAMIE
Er lijkt altijd handel te zijn geweest: dadels, textiel (ook al in 7000 voor Chr.) en kunstvoorwerpen werden uitgevoerd.
In het Zuiden leefden de Soemeriers. Van 3800 – 2000 voor Christus was hun cultuur toonaangevend.
Ze hadden een eigen handelspost in het huidige Syrie.
Er was veel ruimte voor ambacht: metaalbewerking en het weven van textiel.

UITVINDING VAN HET SCHRIFT
Rond 3300 werd in Soemer de oudste vorm van het schrift uitgevonden.
Eerst waren het nog pictogrammen, maar bij het latere schrift gingen tekens (grafeem) een klank (foneem) betekenen: hetzelfde principe als onze kinderen nu in groep 2 en 3 leren: een teken staat voor een klank.

DE ONTWIKKELING VAN KLEDING EN TEXTIEL IN MESOPOTAMIE

In 6000 jaar en meer dan vijftien beschavingen en (over)heersende culturen is natuurlijk sprake geweest van vele (technische) ontwikkelingen. Vanaf het vierde milennium voor Chr. ontstond in het zuidelijk deel van Mesopotamië de Sumerische beschaving. Geografisch bevond het zich bij de Perzische golf: de eufraat en de Tigris komen daar samen. Ze konden land irrigeren en moerassen droogleggen; ze konden leerlooien en pottenbakken. (Wikipedia: Sumer)

In het Brits Museum bevindt zich de ‘Standard van Ur, 2600 voor Christus. Het is een voorstelling van de oorlog van Ur. Het is een ‘war panel’.
Ik keek vooral naar de kleding. Het lijkt mij dat de soldaten reeds geuniformeerd zijn.
Ik denk dat er rechten op de foto zitten.
Ik ga er een tekening van maken. Ik hoop ‘m eind augustus 2026 af te hebben.


IN HET BEGIN: KLEDING WAS NUTTIG
In het begin bestond de kleding uit een rechte lap van linnen of wol. De mannen droegen een rechte lap als een soort wikkelrok, vrouwen een lange doek die meer van het lichaam bedekte.
Ze kenden al franjes en kwastjes: net als nu versierden ze daar de randen van de kleding mee.
De outfits staan afgebeeld op stenen reliefs. Kenmerkend voor die afbeeldingen: de mensen worden afgebeeld vanaf hun vooraanzicht.
Er was dus verschil in kleding voor mannen en vrouwen.
Mogelijk was de eerste textiel gemaakt van vilt: dat materiaal ontstaat zonder ingewikkelde techniek.
Om wol te weven is veel kennis en techniek, (eerst garen spinnen en een weefgetouw opzetten) nodig, maar vilt ontstaat bijna vanzelf: plukjes wol die in beweging op elkaar worden gedrukt doen bijna vanzelf een vlies ontstaan, waar je iets van kunt maken.
De Romeinen legden wol in hun schoen voor de warmte: aan het eind van de dag was dat als vanzelf vilt geworden. Wol op je hoofd en daaroverheen een helm: door de wrijving ontstaat een samenhangend ‘weefsel’.
KLEDING ZEGT IETS OVER RANGEN EN STANDEN
De Sumeriers verwerkten ook geitenharen bij het vervilten en zij konden weven.
De Akkadiërs (2350 – 2218) verbeterden de weeftechnieken. Vanaf deze tijd droegen priesters andere kleding dan niet religieuzen en er ontstond kleding die de drager status verschaften.
KLEDING ZEGT IETS OVER IDENTITEIT EN ESTHETIEK
Tegen 1894 v. Chr. konden Babyloniers zich zelfs artistiek kleden. Men raakte bedreven in het vervaardigen van prachtige linnen stoffen. Esthetiek deed zijn intrede. In het Assyrische Rijk (1380 – 612 voor Chr.) weerspiegelde de kwaliteit van textiel de plaats in de samenleving van de drager.
Inmiddels deed zijde haar intrede; dat moet via handelstrajecten met China zijn gegaan.

Deze textielverhalen worden verteld op de tableaus. ‘De textieleconomomie van Assyrie was robuust, met textiel als essentiele handelswaar en diplomatieke geschenken.’ Een blog op de site The Zay org/history of Mesopotamian dress geeft daarover informatie.
Rond 500 voor Chr. beheersten de Perzen Mesopotamie. De Perzen beschikten over een uitgebreid handelsnetwerk. Rond 700 voor Christus werd katoen geintroduceerd.
Er ontstonden handelsroutes met Zuid-Oost-Azie en China.

Zijde en katoen namen (in status en aanzien) de rol van wol en linnen over.
De Perzen waren zeer bekwaam in verven en borduren en weven.

Hoeveel inwoners had Mesopotamie?

Het is niet echt bekend hoeveel inwoners Mesopotamie had. In 2300 voor Chr. leek Uruk (werd wel de moeder der steden genoemd) 50.000 inwoners te hebben en Mari, een stad in het noorden, 10.000 inwoners en Akkad 36.000 inwoners.
Soemerie telde een tijdlang dertig stadsstaten. Eén stadsstaat heeft gemiddeld 10.000 inwoners, dus dat zouden 300.000 inwoners zijn.
De tijd van Hammurabi, een invloedrijk heerser en veroveraar, vormde een hoogtepunt in de beschaving en welvaart. Toen zou sprake kunnen zijn geweest van meer dan 25.000 inwoners.
Enkele eeuwen later wordt het inwonertal op 100.000 geschat.
Babyloniers leefden in een uitgebreid familieverband. Ze woonden in een familiehuis dat van generatie op generatie werd doorgegeven.
De Babylonische samenleving was patriarchaal, maar vrouwen hadden wel meer rechten dan later in Griekenland. (Dat is niet moeilijk, want in Griekenland hadden ze geen rechten 😦
Vrouwen konden zichzelf vertegenwoordigen in de rechtbank, eigendommen bezitten en deze nalaten aan hun kinderen. Ze konden priesteres en ambtenaar worden.
Er bestond slavernij, maar mogelijk was dat niet altijd een levenslang lot.
Slavernij lijkt een soort straf te zijn geweest, wanneer iemand zijn rekening bijvoorbeeld niet kon betalen.
En ook krijgsgevangenen werden als slaaf ingezet.
Een slaaf mocht niet zelf kiezen met hij hij zou willen trouwen: dat werd door de eigenaar bepaald. Het bepalen van de huwelijkskandidaat door de slavenhouder wijst dan toch wel naar langdurige slavernij.


Dat niet mogen kiezen van je partner kwam in onze Middeleeuwen ook voor. De grootgrondbezitters hadden edelen die de landgoederen in hun plaats beheerden. Die edelen hadden zogenaamde horigen, die voor hen moesten werken. Een horige mocht niet zelf zijn partner uitkiezen. De echtgenote werd aangewezen door de baas. Aan dit gebruik kwam een einde door de pest.


Een tijd lang stelde ik vragen aan de zoekmachines als: Hoe was de positie van de vrouw in…..vul maar in…Egypte, Griekenland, de Keltische samenlevingen, enzovoorts. Een tijd lang werd ik meerdere malen gerustgesteld: oh, dat viel nog wel mee, de vrouwen konden een bedrijf hebben of ze konden erven…
Totdat ik me realiseerde….al die samenlevingen kenden slavernij. Dus ‘de’ positie van de vrouw gaat over de vrouw des huizes, de officlële burger van de samenleving. Het gaat niet over de naamloze bedienden die eigendom waren van diezelfde ingeschreven burgers. Niet zelden is daar schriftelijke informatie over, maar ook veel hedendaagse historici vermelden dat niet.
Zoals de slaven een onzichtbare rol hadden in hun tijd, behouden ze die onzichtbaarheid in onze geschiedenisboeken.


In de tijd van Hammurabi werd de rijkdom van de stad gemeten aan de hand van de productie van gerst en wol.
Van wol werd textiel geweven voor de handel. Tienduizenden schapen, de bron van de Babylonse textielindustrie zouden in de dorre heuvels hebben gegraasd. (history.com). De schapen werden niet geschoren zoals nu bij ons. De schapen werden een soort van geplukt (hun oude vacht) of gekamd. De vacht van de schapen van vroeger was beduidend minder vol dan nu de gefokte varianten.

Het kan niet anders of ook de – al dan niet tot slaaf gemaakte – vrouwen van Mesopotamie zijn dag en nacht in de weer geweest met schapen hoeden, schapen plukken en wol kammen, spinnen en weven.
En met zaaien, oogsten, roten, hekelen, spinnen, weven waar het linnen betreft.
En (niet echt) grappig dat wordt geschreven dat textiel werd gebruikt voor de handel: hándel wordt door hedendaagse historici blijkbaar wel erkend als middel van bestaan. Degenen die de producten voor de handel vervaardigden (en degenen die de voorwaarden schiepen om de grondstoffen voor die handel te verwerven en te telen) wordt niets verteld. Terwijl juist het máken van de handelsproducten vroeg om een zeer grote tijdsinspanning en deskundigheid.
Het maken van lappen stof, de textiel zal van oorsprong zeker bedoeld zijn voor het bedekken, kleden van het eigen lichaam en dat van familieleden. Blijkbaar ontwikkelde zich niet alleen een ambachtelijke deskundigheid, maar de begerenswaardige stoffen konden in een productielijn worden vervaardigd en op bestelling geleverd.


6 Van Mesopotamië (met geschreven geschiedenis) naar de prehistorie met ambachten

6a HET NEOLITHICUM WERELDWIJD: DE VOEDSELVOORZIENING EN NIEUWE GEWASSENEN
Dat de bewoners in de stadsstaten zich in huizen konden vestigen had te maken met de wetenschap en het vertrouwen dat er voldoende voedsel was: men beschikte over zaad om te zaaien voor een volgend seizoen en men kon granen, eten opslaan.
Die ontwikkeling van de landbouw vond plaats in de periode die men het Neolithicum noemt.

Ik leerde ooit op school dat we bijzonder ontzag mogen hebben voor onze voorouders die zichzelf leerden om van gras, graan, tarwe, gerst te maken.
Die geweldige landbouwontwikkelingen vonden niet alleen plaats in het Midden-Oosten, maar ook in andere werelddelen.
– In Midden-Amerika, de voorouders van de Azteken en de Maya’s leerden de groei van maïs, tomaten en bonen te regisseren.
Vanaf dat Columbus in Amerika was beland, namen de spanjaarden deze groenten mee.
– Zuid-Amerikanen leerden aardappels te kweken. Op internet wordt verteld over de Maya’s: avocado’s en cacao.
– China domesticeerde rijst en gierst. (blz. 90 – Harari).
– Nieuw-Guinea: suikerriet en bananen.
– West-Afrika: Afrikaanse rijst, sorghum en tarwe.
Wellicht speelde een rol dat de ijstijden wereldwijd ten einde kwamen. De stijgende temperatuur op aarde speelde een begunstigende rol bij het ontkiemen van zaden.

6b BEVOLKINGSTOENAME

Het grote nadeel van deze voedseltoename was: de exponentiële vermenigvuldiging van de mens.
Harari blz 95: Rond 13.000 v. Chr. toen mensen zich voedden met wilde planten en wilde dieren kon het gebied rond de oase van Jericho in Palestina hoogstens één groep van honderd relatief gezonde mensen onderhouden.
Rond 8500 v. Chr. huisvestte de oase een overbevolkt dorp van duizend inwoners, die aan ziektes leden en ondervoeding.
Ook Barber benoemt de explosieve zorgelijke stijging van ‘DNA-kopieën’, lees mensen.
Barber schrijft: (blz 72). Ongeveer 8000 v. Christus woonden er 500.000 mensen op aarde. Ze schreef het boek in 1995. Toen waren er vijf miljard mensen. In 2022 bereikten we de 8 miljard. Men verwacht de 9 miljard in 2050.

Wie alleen naar deze cijfers kijkt kan concluderen dat het dus wel een verstandige beslissing is geweest om je als groepje zelfstandig te vestigen in een dorpje. Echter de kans dat je door geweld om het leven kwam was bijzonder groot.
Zoals Soffer concludeert in ‘De Onzichtbare Vrouw’ : het systeem van jezelf vestigen op een vaste plaats was voor de bevolkingstoename succesvol. Voor de individuele bewoners die een tijd lang op hun omheinde boerderij leefden en hard werkten was de kans op gewelddadig overlijden groot.

6b1 BEVOLKINGSTOENAME GENEREERT TOENAME VAN ONDERLING GEWELD

Het is begrijpelijk dat leven in een relatief kleine, rondtrekkende groep, van wie veel leden familie van elkaar zijn, van wie de groepssamenstelling kan veranderen, totaal andere vaardigheden en karaktereigenschappen vraagt dan wonen in een grotere gemeenschap in een huis in een dorp. wie daar eenmaal woont zal niet snel vertrekken.
Harari beschrijft (pagina 94) om welke redenen het onderlinge geweld toenam.

– Wanneer een vijand een boerendorp bedreigde, dan kon je niet vluchten, want je zou dan je huis, akkers, voorraden achterlaten. Als ongeoefende jager,verzamelaar ging je buitenshuis een zekere dood tegemoet.
Dus er zat niets anders op dan te vechten tot het bittere eind.
– Pas duizenden jaren na de domesticatie raakten mensen vertrouwd met afsprakensystemen en bestuurssystemen. In het begin dat duizenden jaren duurde, was er geen politie, noch wetten, noch gildes….
Mannen hadden een kans van 25% om met geweld om het leven te worden gebracht. Wanneer vrouwen en kinderen worden meegenomen in de berekeningen is de kans op overlijden wegens geweld 15%.

Harari vertelt over nog hogere percentages overlijdensgevallen wegens geweld bij huidige tribale boerengemeenschappen, bijvoorbeeld in Nieuw Guinea; 30 tot 35 % lijkt bij dit levenspatroon gangbaar te zijn.

6b2 GEOFFERD WORDEN MAG JE TOCH OOK GEWELD NOEMEN

En dan was er de kans dat je werd geofferd.
Daar zijn weinig algemene artikelen over te vinden, maar het valt op dat in de beschrijvingen van gevonden overledenen regelmatig onverklaarbare verwondingen voorkomen; men vermoedt, kan niet anders concluderen als ‘mogelijk geofferd’.
Sedert ongeveer 2010 kan men uit menselijk DNA reconstrueren hoe een persoon eruit zal hebben gezien. Een voorbeeld daarvan is te lezen op: http://www.ancient-origins.net. (wordt vervolgd – 31 augustus 2026)



6c LANDBOUWREVOLUTIE GING SAMEN MET DOMESTICEREN VAN DIEREN
Het was niet alleen de landbouwrevolutie. Ook dieren werden gedomesticeerd.
Op blz 73 vertelt Barber dat de hond zich waarschijnlijk als eerste dier thuisvoelde bij de mens.
Een hond is trouw. Hij zal zijn baasje hebben kunnen beschermen, bewaken. De hond heeft waarschijnlijk goede diensten gedaan bij de jacht: opjagen en ophalen van gedode prooien.
En…betreffende textiel: een kudde schapen is makkelijker te dirigeren wanneer een hond de eenlingen weer verenigt met de groep.
Op een vaste plek wonen met dieren in de buurt, maakte het voor mensen ook makkelijker om dat leven vol te houden
Die twee types domesticatie, zowel voor mens als dier, gingen voor een deel gelijk op (blz. 74,75).
Tijdens het leven van de jagers/verzamelaars was het betreffende de hoeveelheden eten vaak ‘alles of niets’. Het veroveren van een groot dier betekende gedurende korte tijd eten in overvloed.
Wellicht was er na een geslaagde jacht zelfs teveel eten: de etensresten kun je slechts korte tijd bewaren en mee naar het kamp nemen was zwaar in gewicht.

6d ONTWIKKELINGEN TIJDENS DE DOMESTICATIE
Hoeveel handiger was het dus om enkele middelgrote dieren gevangen te nemen in plaats van de doden. Je voert hen aan een touw mee naar huis: je houdt ze gevangen en je slacht één dier wanneer je dat nodig hebt. Vanzelfsprekend slacht je eerst het dier dat zich het sterkst verzet tegen de in gevangenname.
Zo houd je de rustigste dieren over.
Het uiterlijk van de mens, van de vrouw nog meer dan van de man, veranderde door deze andere manier van leven: de kaken, de spieren van handen en nek werden kleiner.

6e NIEUWE INZICHTEN: LEVEN VAN DE PRODUCTEN DIE DIEREN GEVEN
Een koe, een schaap, een buffel, een kip…wie ze doodt heeft eten.
Maar gaandeweg leerden onze voorouders: doden en opeten kan altijd nog.
Je kunt de dieren ook eerst inzetten voor de productie van melk. Je kunt de buffel inzetten om die zware ploeg te trekken, het schaap kun je jaar in, jaar uit gebruiken voor haar wollen vacht. De kip geeft eieren voordat je haar doodt.
‘De oude strategie gaf je één maal een kans op eten of kleding: je kreeg de maximale beloning voor één keer een minimale inspanning, namelijk het dier doden.’
‘De nieuwe strategie kwam voort uit het inzicht dat wanneer je een tijd lang goed zorgt voor de vrouwelijke dieren dat deze je melk, wol en spierkracht bezorgden die je leven aangenamer maakt.
Dat slachten kon dan aan het eind van het leven alsnog plaatsvinden.
Op blz 97 schrijft Barber dat dit inzicht het sterkst gold voor schapen. De vezels van de wol om te weven haal je min of meer rechtstreeks van het schaap af, in tegenstelling tot linnen.
En wat de spierkracht betreft: het ploegen van het veld, het pletten van het graan, het vervoeren van zaad, oogst en gereedschappen. Wat het vervoer betreft: het wiel is op diverse plaatsen ter wereld min of meer tegelijk uitgevonden.

6f DIT ALLES HAD CONSEQUENTIES VOOR DE TAAKVERDELING TUSSEN MAN EN VROUW.
Het werken in een groententuin is goed te combineren met de zorg voor een kind en daarmee mogen we het ‘vrouwenwerk’ noemen.
Maar grote trekdieren, bijvoorbeeld een os, zijn gevaarlijk voor kleine kinderen.
Vanwege die grotere trekdieren, die bijvoorbeeld nodig waren voor het ploegen van akkers, werd landbouw het domein van mannen.
Tuinbouw (horticulture, gardenculture) daar waar het eten voor de dagelijkse voedselvoorziening vandaan komt, noem het onze moestuin, is vrouwenwerk.

Het wonen op een permanente verblijfplaats veranderde het leven van vrouwen.
Als jagers, verzamelaars waren ze gewend om hun kinderen te dragen, zolang dat fysiek mogelijk was; we denken aan de leeftijd van bijvoorbeeld drie á vier jaar.
Wanneer de moeders niet meer rondtrekken hoeven ze hun kinderen ook niet meer te dragen.
We denken nu dat de kinderen die in de eerste nederzettingen werden geboren kwetsbaarder waren voor besmettelijke ziektes. De moeders baarden meer kinderen. En mogelijk maakte de hoeveelheden eten dat het postuur van de vrouwen veranderde.


7. De venus-beeldjes, de figurines

In de titel van dit hoofdstuk staat ‘Grote lijnen’. Eigenlijk gaat deze paragraaf niet over de doorgaande lijn van het Neolithicum. Het neolithicum begin ná de ijstijden. Mensen vestigden zich toen voor het eerst in hun huis als landarbeider en,of als verzorger van dieren.
De groepen mensen in deze paragraaf van onze textielvoorgeschiedenis leefden eerder: meestal van 28.000 – 22.000 of zelfs van 40.000 jaar geleden tot 20.000 jaar geleden. Het was toen nog ijzig koud in Europa, in Siberië, in Tsjechië, in Frankrijk.

De deskundigen noemen deze periode het laat-paleolithicum (het stenen tijdperk).
De plaatsen waar de beeldjes zijn gevonden hebben poëtische namen: Willendorf, Hohle Fels bij Scheiklingen (Duitsland) Dolni Véstonice (Tsjechië) Lespuque (Frankrijk), Kostenki (Rusland) Gagarino en Mal’ta (Siberië).
In de manier van leven in de paleonithische tijd in al deze samenlevingen was de vuursteen een onontbeerlijk stuk gereedschap. Niet voor niets noemt men het ook steentijd.
Toen ik diepgaander in de materie dook: er zijn zelfs beeldjes (Venus van Berekhat Ram) van meer dan 230.000 jaar oud.

De beeldjes zijn klein: meestal kleiner dan tien centimeter. Ze kunnen gesneden zijn uit ivoor, ze kunnen van gebakken klei zijn gemaakt en ook gesneden uit een bot van een dier.

De eerste keer dat ik een Venus-beeldje, een figurine zag was in 2008 op het omslag van het boek ‘De Onzichtbare Vrouw’. Dit boek is geschreven door één vrouwelijke archeoloog en twee mannelijke. Het betrof bovendien een samenwerking tussen Russische en Amerikaanse archeologen
De samenwerking en uitwisseling van kennis was tot dan toe uniek: een archeologe die kennis had over ‘vergankelijke artefacten’, zoals manden, touw en weefwerk. We kennen de onterechte aannames wel: werd in een graf een skelet met een zwaard gevonden, dan nam men aan dat we met een mannelijke krijger te maken hadden.

De uiterlijke verschijningsvorm van veel beeldjes vertonen vaak overeenkomsten.
Zo zijn de vormen van de vrouwen rond. De vrouwfiguren lijken weldoorvoed…al zijn er ook beeldjes van vrouwen met het postuur van een streep. Veel vrouwen met ronde vormen lijken vrouwen van na de menopauze.
Veel beeldjes tonen vrouwelijke geslachtskenmerken. De grootte van de geslachtskenmerken is niet in verhouding met overige lichaamsdelen. De borsten zijn bijvoorbeeld groot.
Lichaamsdelen ontbreken nog wel eens: geen armen, geen benen, soms geen hoofd.

Enfin: er zijn veel verklaringen gesuggereerd: de poppetjes zijn wellicht door mannen gemaakt en gebruikt als lustobject, de beeldjes dienden als voorlichtingsmateriaal.
Het zou een eerbetoon zijn aan de vrouw in het algemeen: veel beeldjes tonen zwangere vrouwen. Het kan een eerbetoon zijn aan de oudere vrouw in het bijzonder.
Wellicht speelden oudere vrouwen een belangrijke rol in de groepen van de jagers, verzamelaars; te vergelijken met de oma’s van alle tijden.
Misschien was het een lofzang op de oma’s. Het is niet vanzelfsprekend, niet van alle tijden dat oma’s oud worden.
Misschien is het een ode aan het matriarchaat.

Olga Soffer komt tot een drietal aannames. Wat zeggen de beeldjes ons?
In totaal werden er wereldwijd zo’n tweehonderd gevonden.
Haar voorzichtige conclusies:
– Voor het eerst zien we dat er een verschil in afbeelding is tussen mannen en vrouwen.
Men was zich dus bewust van gender.
– De beeldjes met hoofd tonen vaak ook een hoofdbedekking. Mogelijk zegt die hoofdbedekking iets over rangen en standen.
– en van enkele beeldjes met hoofd en hoofdbedekking zegt Soffer: dit is zonder meer een handleiding over hoe een mutsje gevlochten dient te worden. Veel natuurvolken over heel de wereld knopen hun manden op dezelfde wijze als het mutsje van het beeldjes.

De figurines zijn bijzonder vaak bij grotten gevonden. Logisch: daar vond men beschutting tegen de kou. Zeer bijzonder is hoe vaak daar bewijzen zijn gevonden van het textiele ambacht: naalden bijvoorbeeld, zeer verfijnd. Of: acht manieren om draden te twijnen.
Enkele voorbeelden van deze textiele activiteiten heb ik beschreven in het hoofdstuk over de ‘eerst(e) techniek(en).

8 Gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, patriarchaat en matriarchaat.

Wordt vervolgd schrijf ik op 25 augustus 2026.

Zo dadelijk gaat dit hoofdstuk verder naar het Neolithicum in Nederland. Omdat het zo-even ging over de verandering in de taakverdeling tussen mannen en vrouwen als gevolg van de andere taakverdeling, het gebonden raken aan huis en haard….
Al weer jaren geleden las ik in het boek van Tamsin Calidas – Ik ben een eiland. (blz. 153) een uitspraak van zomaar een roman-figuur (wordt vervolgd 22 – 8 – 2024)

9 Nederland in het neolithicum, mesolithicum

NEDERLAND IN HET MESOLITHICUM
Rond 4000 voor Chr. was het huidige West-Nederland voor een groot gedeelte moerasgebied. De zeespiegel was gestegen. Tot zelfs duizend jaar geleden lagen er nog moerassen achter de duinenrij.

Toen was er al wel over Nederland geschreven. Enkele Romeinse heersers, onder andere Ceasar, schreven over de Nederlandse samenleving. Hij had (in ’58 voor Chr) de opdracht gekregen om Frankrijk, Belgie en Zuid – Nederland, dit gebied heette toen Gallia, te veroveren. Ah…Gallië, dat waren de Kelten. Inderdaad, die zijn over heel Europa verslagen door de Romeienen.

In diezelfde tijd stierf in Drenthe het meisje van Yde, op zestienjarige leeftijd. Omdat ze tweeduizend jaar in het zure veen lag, was herleidbaar dat ze een wollen mantel droeg toen ze werd begraven. Het meisje van Yde is een gewelddadige dood gestorven: waarschijnlijk bedoeld als offer voor de Goden.


Ik zocht een tijdlang naar bestaande indelingen uit de wereld van de archeologie gekoppeld aan: welke leefstijl (en dus welke kleding) past bij welke tijd.
In een klein museum in St. Odiliënberg vond ik onderstaande indelingen. Zevenduizend jaar geleden vestigden zich de eerste boeren in de vruchtbare Maasvallei tussen Sittard en Maastricht. (Visit Zuid-Limburg)
In het t.v.programma ‘Welkom in de Oertijd’ dragen de acteurs, die verbeelden hoe het duizenden jaren geleden gegaan zou kunnen zijn, kleding die volgens mij verantwoord is nagemaakt.

Textiel door de duizenden jaren heen

De wetenschap schat nu dat de aarde ongeveer 14 miljard jaar bestaat. Wij mensen en alles dat op aarde leeft stammen af van een oerbacterie: een eencellig wezen dat zich voor het eerst manifesteerde in mossen, varens en schimmels.
Het ééncellig wezen evolueerde tot heel-veel-meercelligen en hieruit ontwikkelden zich planten en vissen.
Ook wij mensen waren een tijd lang visachtige wezens.

In het Groote museum in Artis Amsterdam toont men deze twee voorouders. De linker is 425 miljoen jaar geleden, daarna kwam 311 miljoen jaar geleden de rechter.



Misschien was het in Siberië niet altijd zo koud, misschien maakte de tekenaar een foutje…dat waren mijn oppervlakkige gedachtes
Maar nee…geen foutje: in het ijskoude Siberië wonen al bijzonder lang mensen.
Ik las daarover twee dingen: in de koude zee was bijzonder veel vis. Van recenter datum zijn onderzoeken bekend naar het eten dat op aardewerken schalen werd geserveerd. Het antwoord luidde: trekzalm.
Tja, het vangen van trekzalm zal voor de prehistorische mens niet moeilijk zijn geweest. En vervolgens: je kunt je eten heel goed in de diepvries bewaren.
wikipedia vertelt echter over de jacht op snelle trekdieren: onder andere rendieren.

En wat de temperatuur betreft: toen het ook in Siberie warmer werd, steeg de temperatuur naar min 20 tot min 30 graden. Daarvoor was het niet zelden min 50 graden.
Hoe kunnen mensen overleven bij die lage temperaturen?

De mensen in Siberië, ik denk dat hun cultuur raakvlakken heeft met de Sami in Scandinavië. Hun huis, de tsjoem, kun je vergelijken met de tipi van de inheemse Amerikanen. De tsjoem heeft op de grond een diameter van 10 meter. In het midden zit een gat waar de rook van het vuur uit kan ontsnappen.

De bewoners van Siberië hadden geen droog hout, maar beenderen van dode dieren kunnen ook dienen als brandstof.

De mensen in Siberië konden pakken op maat maken. De pakken bestonden uit bontvellen. Ze maakten de kledingstukken dubbel. Het leer zat aan de binnenkant én aan de buitenkant. Het bont, de pels zat binnenin.
Ik las ooit dat ze zelfs speciale pakken hadden waarin op de rug van de moeder een draagzakje was ingebouwd voor de kleine baby. De voetjes pasten in de oksel van de moeder en die bleven dus warm.




HOE LANG IS DE MENS IN EUROPA? WERK IN UITVOERING
Tot voor kort dachten wetenschappers dat de mens 200.000 jaar in Europa was. Maar sedert één schedel accuraat werd onderzocht kwam daar zomaar honderdduizend jaar bij.
Dat de mens en de chimpansee nog gezamenlijk dna deelden is 9 miljoen jaar geleden. Ons DNA komt in hoge mate overeen, maar samen kinderen krijgen is niet mogelijk. De chimpansee bleef in de bossen. De mens ging naar de savannen en ging rechtop lopen.Ongeveer vijf miljoen jaar geleden veranderde de vorm van onze handen: onze duim werd langer. Als enige zoogdier lukt het ons om met de duim de andere vingers aan te raken. De zogenaamde pincetgreep. Dat is precies de motoriek die nodig is om een naald, een pen, gereedschap vast te houden.

Na het uitsterven van de Neanderthaler zou het nog lang duren voordat zich weer mensachtigen in Nederland vestigden. Er kwam weer een ijstijd. Pas 15.000 jaar geleden stegen de temperaturen: de begroeide toendra’s veranderden in dennenbossen.


21 – 14 miljoen jaar geleden bestond in Kenia, Oeganda het Proconsul Africanes geslacht.
We kunnen zeggen dat deze mensaap de gemeenschappelijke voorouder is van grote mensapen en van ons mensen.
—————————————–
Deze foto’s maakte ik in het Groote Museum bij Artis in Amsterdam. Het zijn foto’s van een scherm achter glas.

Daar kwam de Australopiticus uit voort: een geslacht van uitgestorven mensachtigen; leefde tussen 4,3 en 2 miljoen jaar geleden. De australopiticus was in vergelijking met ons nu, klein.
Ze kreeg als koosnaampje Lucy. 40% van haar skelet is opgegraven. Dit skelet is 3,18 miljoen jaar oud. Ook Lucy lijkt rechtop gelopen te hebben. Mogelijk is Lucy meer een tante van ons dan een voormoeder.
Daarna kwam de homo erectus = hij liep als eerste rechtop.

Neolithicum
250.000 – 8.800 v. Chr.

200.000 jaar geleden: de homo sapiens ontstaat in Afrika.
Sinds kort mogen we ook zeggen 300.000 jaar geleden. Een nieuw ontdekte schedel blijkt veel ouder te zijn.
De Neanderthaler leefde in diezelfde periode van Engeland tot China.
Beiden konden vuur maken.
In Maastricht (lössgroeve Belvedère) zijn resten van een kampement van vroege Neanderthalers gevonden. Op een droge plek aan de rivier groeiden riet, elzen en wilgen.
De oudste bewijzen van menselijk leven zijn gevonden in lössgroeve bij Maastricht.
Vanaf 25.000 voor Christus werd het klimaat milder. Daarvoor was sprake van ijzige kou.

De mensen lijken zich gekleed te hebben met bont en leer: dat is kleermaaksterskunst van de hoogste orde geweest. Het doet denken aan de kleding van de Inuit of de inheemse bevolkind van Groenland en Alaska.

Kralen bestaan (bewezen) al 100.000 jaar. en een touwtje, al dan niet van gras om die kralen aan te rijgen bestond ook.
Mammoet, oeros en wolharige neushoorn leefden in de ijzige kou.
Na 25.000 v. Christus ontstond een soort toendralandschap, waar rendieren volgens een vast patroon rondtrokken. Tussen 14.000 en 8000 jaagde men op rendieren: de jagers en hun hele families volgden hun trek.
In midden-Limburg is een kamp opgegraven uit deze periode. 10.000 voor Chr.: de oudste menselijke tekening uit Nederland is gevonden: lijnen gekerfd op een steen. Ze stellen waarschijnlijk een tent voor (!)
—–
Laatpaleolithicumoude steentijd
35.000 – 9700 v. C.

Onze Afrikaanse voorouders splitsten zich af: één groep ging naar het oosten, een groep ging naar het noord-westen en één groep ging naar het uiterste noorden. (Siberie)
Onze Afrikaanse voorouder en de Neanderthaler ontmoeten elkaar ongeveer 30.000 jaar geleden.

De mensen leven als nomaden. Ze wonen in kleine groepen in tenten.

De tenten werden vaak opgebouwd vanuit een kuil.
De kuil vormde de eerste beschutting. De tenten zullen zijn gemaakt van dierenhuiden. Aan elkaar bevestigd met dunne reepjes leer of pezen of darmen van dieren.

Om als nomaden in tenten te leven heb je touw nodig: om spullen bij elkaar te pakken, te sjouwen, de tent windvast te kunnen zetten.
Vanaf 35.000 v. Chr. is de ergste ijstijd voorbij. Dieren vormen een bron van voedsel, van kleding en gereedschap, gemaakt uit de beenderen. Ook wordt van visvangst geleefd. Ze verzamelen planten. Het gereedschap is van steen, hout en bot.
In Nederland hebben we geen grotten, dus ook geen grottekeningen. Maar in vele andere streken wél.

De steen, die steevast een messcherpe kant had werd onder andere gebruikt om de huid van dieren schoon te schrapen.
En natuurlijk ook om vuur te maken.
Mesolithicum 8.800 – 4.900 v. C.De mensen woonden in basiskampen. Van hieruit gingen de jagers op expeditie, waarbij ze in tijdelijke kampen verbleven.Het aanbod aan planten en wild werd gevarieerder. De jachtwapens werden hierop aangepast.
Mesolithicum – middensteentijd
9700 – 4900 v. C.
De mensen leven als nomaden, in kleine groepen in tenten.
(volgens RMO.nl) komen in 9000 vóór Chr. groepen jagers, verzamelaars uit het nabije oosten (Israel, Libanon, Turkije, Syrie, Iran. Ze cultiveerden wilde graansoorten en ze maakten schaap, geit varken en koe tam als huisdier.
Het klimaat is vergelijkbaar met het huidige klimaat. De mensen leven van jacht op wild, vissen, vogels en verzamelen planten en vruchten.
Ze móeten kleding hebben gehad. Zelfs indien sprake was van uitstekend bestand zijn tegen koude, dan zou men heel de dag moeten eten (geen tijd om te jagen) om in de caloriebehoefte, die zeer groot is bij koud weer, te voorzien.
Neolithicum 4.900 – 2000 v. C.De eerste boeren komen uit Oost- Europa.
Zij maakten keramiek, die bekend staat als de lineaire bandkeramiek cultuur. Daarna kwamen om de paarhonderd jaar nieuwe mensen met nieuwe culturen.
De mensen voorzagen in hun onderhoud door het verbouwen van allerlei gewassen, zoals granen en oliehoudende zaden, erwten, bonen en peen. Verder hielden ze runderen, geiten en varkens en schapen en er werd gevist, men maakte bijvoorbeeld fuiken, en gejaagd
Neolithicum – nieuwe steentijd.
4.900 – 2000 voor C.
Omstreeks 5300 voor Chr. vestigden bandkeramische boeren zich op de vruchtbare lössgronden van Zuid-Limburg tussen Sittard en Stein. Ze bouwden robuuste boerderijen van wel 35 meter lang.

Nog in 4000 v. Chr. bleven de natte gebieden in de Delta aantrekkelijk voor jagers, vissers en verzamelaars. Langzaam kwam eerst aardewerk, toen vee en daarna landbouw. 4000 jaar v. Chr. waren er in de Alblasserwaard op een rivierduin zomerse nederzettingen.
Vanaf nu gaat de mens fundamenteel anders met de natuur om. De maakbaarheid van het menselijk bestaan werd een nieuwe realiteit. (rmo.nl) Bos werd bijvoorbeeld gekapt voor landbouwgrond.
In het mergelgebied rond Zuid-Limburg Rijckholt-St.Geertruid ontstonden vuursteenmijnen. Daarvoor werden diepe mijnschachten aangelegd. De vuursteen werd met touw omhoog gehaald. Bovengronds werd de gewonnen grondstof bewerkt tot halffabrikaat.
—-
Vanaf 3500 v. Chr. begonnen boeren van de Trechterbekercultuur bos te ontginnen, akkers te bebouwen, graftombes (hunebedden) op te richten.
3700 v. Chr.De eerste agrarische nederzettingen ontstonden in het kustgebied, bijvoorbeeld bij Schipluiden.Het voedselpakket kan, in het gebied achter de duinen, ook voor een belangrijk deel uit vis bestaan. Er zijn peddels, kano’s en fuiken gevonden. Bijvoorbeeld een fuik in Bergschenhoek – 4200 voor Christus – een winterkamp (Archeologiehuis Zuid – Holland – visfuik)
Brons en ijzertijd
vanaf 2000 v. Chr.
Een voortgaande agrarische cultuur met boerderijen van wel 40 meter lang. Stallen, bijgebouwen.Het zwaard werd ontwikkeld. In Wassenaar is een groepsgraf ontdekt met slachtoffers van een gewelddadige overval.
Vanaf 800 v. Chr. – begin van de ijzertijdGeleidelijke opkomst van niet-agrarische beroepen: werktuigmakers, wapenmakers, zoutproducenten en handelaren.

Door akkerbouw en overbegrazing raakte de akkergrond uitgeput. Bossen konden zich niet meer herstellen.

Boeren wijken uit naar Groningen en Friesland, waar het eigenlijk te nat is. Maar ze vestigen zich op oeverwallen en maken terpen. De grond is er tot op de dag van vandaag vruchtbaar.
In deze samenlevingen lijken al elites te ontstaan. In Oss is een Vorstengraf ontdekt.

Aan de overbegrazing hebben we die mooie heidevelden aan te danken.

In Limburg is de grond vruchtbaar. Daar blijven de boerenbedrijven kleinschaliger.
Eind van de ijzertijd (12 voor Chr.)rijkdom en welvaart nemen toe door een combinatie van agrarische vernieuwingen, handel en internationale contacten.Rondom ons leefden de Kelten of de Galliers. Denkt u gerust aan Asterix en Obelisk. In Zuid-Nederland vinden we op offerplaatsen daar sporen van terug. Vooral op offerplaatsen en in graven (rmo.nl)
50 na Christus
Einde van de prehistorie.
Julius Caesar schreef over de Kelten/Galiërs en de Germanen in ons land.

De neanderthaler

Een andere beschaving, een ander type mens: de Neanderthaler: in de Franse Ardeche zijn vezels gevonden die deel uitmaken van een driestrengenkoord; dit koord, touw zat vast aan een stenen werktuig. Deze vezels zijn afkomstig van de binnenkant van coniferen. Deze vezels zijn gedateerd tussen 41.000 – 52.000 jaar oud. Hieruit leidt men af dat de Neanderthaler over een uitgebreide vezeltechnologie beschikte. Men kon een koord en kleding maken.

Het eerste skelet van de Neanderthaler werd gevonden in de buurt van Dusseldorf.
Verbeeld ik mij: is het imago van de Neanderthaler minder gepolijst dan dat van de homo sapiens? Het voorhoofd van de neanderthaler wijkt inderdaad wat eerder naar achter. Mogelijk was om die reden zijn prefrontale cortex kleiner.
Het hersengebied voorin is een belangrijk deel van ons huidige brein: door dit deel kunnen wij plannen en onze impulsbeheersing is zonder cortex nog zwakker.
Maar de hersenen van de Neanderthaler waren 150 gram zwaarder dan die van ons. Dat is minstens 10 % meer dan ons brein.

De neanderthalers en de homo sapiens hebben een lange tijd (het is nog moeilijk te zeggen: was het 40.000 jaar of 45.000 jaar geleden) samen geleefd. De neanderthalers en de homo sapiens konden zelfs met elkaar kinderen krijgen. Dat wil zeggen: een homo sapiens vrouw kon een kind krijgen van een neanderthaler man. Andersom kon niet (of het is nooit gebeurd); hetgeen ik intrigerend vind. Mogelijk was het geboortekanaal van de Neanderthalervrouw niet geschikt voor het kind van de homo sapiens.
Huidige mensen wiens wortels niet in Afrika liggen hebben allen nog 1 tot 4 % procent Neanderthaler DNA. Het gegeven dat de kleur van onze haren en huid zo uiteen kan lopen, dicht men toe aan de Neanderthaler.

Neanderthalers hadden kleding gemaakt van leer. De Neanderthalers konden goed tegen kou, hoewel ze net als wij nauwelijks een vacht hadden. De Neanderthalers leefden van Wales tot China. Het was de tijd dat het dermate koud was dat de huidige zeeën droog waren. Neanderthalers leefden in nomadenverband.

Waarom de Neanderthalers uitstierven en de homo sapiens niet, weet men niet. Er zijn uiteenlopende veronderstellingen: Neanderthalers leefden in kleine groepen, mogelijk was sprake van inteelt. Homo Sapiens hadden de wolven al gedomesticeerd, misschien was dat een voordeel bij het jagen.
Homo sapiens had misschien meer gereedschappen, al worden bewijzen gevonden van boren bij tanden en botten als gereedschap voor het schrapen van een dienenhuid.NU NL
Misschien overleefden de Neanderthaler virussen en ziektes van de Sapiens niet.

Tot voor kort dachten wetenschappers dat de mens 200.000 jaar in Europa was. Maar sedert één schedel accuraat werd onderzocht kwam daar zomaar honderdduizend jaar bij.

Dat de mens en de chimpansee nog gezamenlijk dna deelden is 9 miljoen jaar geleden. Ons DNA komt in hoge mate overeen, maar samen kinderen krijgen is niet mogelijk. De chimpansee bleef in de bossen. De mens ging naar de savannen en ging rechtop lopen.

Ongeveer vijf miljoen jaar geleden veranderde de vorm van onze handen: onze duim werd langer. Als enige zoogdier lukt het ons om met de duim de andere vingers aan te raken. De zogenaamde pincetgreep. Dat is precies de motoriek die nodig is om een naald, een pen, gereedschap vast te houden.

Na het uitsterven van de Neanderthaler zou het nog lang duren voordat zich weer mensachtigen in Nederland vestigden. Er kwam weer een ijstijd. Pas 15.000 jaar geleden stegen de temperaturen: de begroeide toendra’s veranderden in dennenbossen.


Wij mensen onderscheiden ons van dieren omdat we het enige dier zonder vacht zijn.
– Weliswaar enkele zeedieren hebben geen vacht, enkele dieren onder de grond hebben geen vacht en de olifant heeft een spreekwoordelijk dikke huid…maar samengevat: wij mensen zijn het enige zoogdier zonder vacht en met een dunne huid. Vandaar dat we kleding nodig hebben 🙂
– Maar we onderscheiden ons ook van andere zoogdieren, omdat wij geen viervoeters zijn.
Wij mensen hebben als enige handen. Wij mensen zijn als enige in staat om de vier vingers tegenover de duim te plaatsen.
Dat kunnen we niet vanaf de geboorte, dat vermogen ontwikkelt zich gedurende onze kindertijd.

Als remedial teacher leerde ik…

Ik werkte jarenlang als remedial teacher en vooral volgde ik de opleidingen ervoor.
Ik leerde over de motorische ontwikkeling van jonge kinderen.

Die motorische ontwikkeling is bijzonder belangrijk om te kunnen bepalen of een kind al toe is aan leren lezen, schrijven en rekenen: een kind dient te weten wat links en/of rechts is, begrippen als ‘eerst’ en ‘daarna’.
Ik sla enkele fases over betreffende de motorische ontwikkeling om uit te komen bij de symmetrische fase: vaak is dat de jonge kleutertijd, maar sommige kinderen ontwikkelen zich wat langzamer.
De symmetrische fase is de tijd dat een kind twee oortjes aan een beker nodig heeft om te kunnen drinken: het kind pakt dan ieder oortje vast met zijn haar knuistjes: één links en één rechts.
In die fase gooit een kind een bal met twee handen.

Vervolgens breekt de fase aan dat een kind óf linkshandig óf rechtshandig wordt: de fase van de lateralisatie.
In alle menselijke kinderbreinen vindt dan een enorme uitbreiding plaats.
De (nog grove) motoriek van de rechterhand zat eerst gekoppeld aan de linkerbreinhelft. Maar in de lateralisatiefase vormt zich voor de motoriek van onze duim een groot nieuw gebied, waardoor onze duimen gaan kunnen wat eerst in de andere hand zat. U begrijpt: dat geldt ook voor de andere hand aan de andere kant.
Die ontwikkelingsfase heeft een enorme uitbreiding van het aantal hersenverbindingen tot gevolg.

De nieuwe hersenverbindingen die eerst zorgden voor de rechterhand, gaan zorgen dat de duim van de linkerhand die functies van de rechterhand kan overnemen.

En ook: alles wat eerst de linkerhand alleen kon, kan na het juist doorlopen van die fase, worden overgenomen door de duim van de rechterhand.

Vanaf dan kan een kind een pen of een potlood vasthouden tussen duim en wijsvinger: de pengreep, de pincetgreep.


Bewerkingen om van de huid van een dier leer te maken?

Neanderthalers hadden per dag veel meer calorien nodig dan wij. Het was bijzonder koud in die tijd. Neanderthalers konden goed samenwerken: ze jaagden dieren en dreven hen in een val. Dat kon best een kuil met modder zijn, waar de dieren moeilijk uit konden komen. Vervolgens zullen speren hun werk hebben gedaan. Het vlees was hun voedsel en van de huid werd leer gemaakt.

De huid bewerken tot leer heet leerlooien en het is zwaar werk.
Als je de huid niet bewerkt gaat-ie rotten en dan is ie snel ‘weg’.

In de bast van bomen zit tannine en looizuur. dit dringt in de vezelf van de huid. Het zijn ongemakkelijke beschrijvingen, vind ik zelf, maar je kunt ook looien met de hersens van een dier, want hierin zit lecithine. Ook dit zorgt ervoor dat de vezels niet samenklitten.
En verder is het schrapen, schrapen en schrapen, met speciale messen, bijvoorbeeld een bot trekmes. Zowel de haren als de binnenkant van de huis worden geschraapt.

Waarschijnlijk wil je het verder bewerken tot soepel leer. Daarvoor gaat het ongeveer tien uur in een bad met alkaline. Graag tussendoor roeren. Daarna in een azijnbad, dat neutraliseert Vanaf nu begint de huid op een zeemleren lap te lijken.
Vanaf nu een lecithine-oliebad. Hierin ‘was’ je de leren lap, alsof het een handwasje is.

Dan ‘drogen’, want de huid kan zeer veel vocht opnemen, bij een vuur. Tijdens het drogen zoveel mogelijk stretchen. Als je het min of meer waterdicht wilt maken, wordt het leer ‘gerookt’. Het wordt boven een vuur gehangen waarvan de rook wordt verzameld.

Verder terug dan 26.000 jaar geleden

Ik keer terug naar 26.000 jaar geleden…. eigenlijk zegt zo’n getal me niet veel. Ik ga eens schatten hoeveel voormoeders dat zijn. Want uit het feit dat ik besta mag ik afleiden dat mijn voormoeder er toen was.

Ik denk dat vrouwen vroeger gemiddeld eerder een kind kregen dan nu. Kregen vrouwen vroeger zo rond hun twintigste gemiddeld hun eerste kind? Dat betekent iedere honderd jaar vijf opeenvolgende moeders. Dat zijn vijftig generaties in duizend jaar.

Dus 26.000 jaar geleden betekent dertienhonderd keer de moeder van de moeder van de moeder van de …….Nu we toch aan het tellen zijn….

73.000 jaar geleden werden met draad stukken leer in elkaar genaaid tot muts. Met de microscoop werd vlasdraad waargenomen (blz. 34 – wetenschap in beeld – special)

De oudste kralen, stukjes gebakken klei met een gaatje erin, dateren gemiddeld van 100.000 jaar geleden. Als er een gaatje in die kralen zit, betekent dat dat er ook een draad bestond die door dat gaatje heen ging.
En ook zijn doorboorde schelpen van zeeslakken gevonden in Marokko, Algerije, Israël en Zuid-Afrika. Men veronderstelt dat er halskettingen van werden gemaakt.

Vijfduizend generaties geleden….als één van die voorouders er niet was geweest, dan was ik er ook niet geweest. Dat maakt me geruststellend nietig.

Als iemand een ketting maakt, om zichzelf of een ander te versieren, dan betekent dat dat je je daarmee onderscheidt van de ander. Dat betekent dat je een eigen identiteit hebt en dat je gezien wilt worden. De oma’s van de oma’s van onze oma’s; ze lijken op ons.

Via textiel staan we contact met onze voormoeders/voorgeschiedenis

Ik wil in dit blog vertellen over de tijd waarin onze voorouders, het waren vooral de vrouwen, hard werkten om te zorgen dat er textiel wás. Want 1000 jaar geleden waren er geen winkels en de mensen waren wel degelijk gekleed. En 10.000 jaar geleden ook.
In menig historisch boek of programma vertellen deskundigen hoe mooi het leven van jagers en verzamelaars geweest moet zijn: een paar uur per dag, meer tijd zal het niet gekost hebben om vruchten te plukken. Voor de rest van de dag konden onze voorouders chillen, zo wordt gesuggereerd. Menig deskundige staat er niet bij stil: als mensen hun lichaam bedekten met huiden of weefsel of geknoopte grassen, dan is er genaaid, geweven of geknoopt.

Als we kunnen herleiden hoe stoffen van textiel werd gemaakt, geven we daarmee ook inhoud aan het karakter, de persoon van onze voormoeders. Want het maken van draad uit bijvoorbeeld een plant is eigenlijk, naar mijn huidige begrip, een ondoenlijk karwei. En om er daarna nog weer kleding uit te maken, is wederom een vak apart. Ik schat in dat het maken van draad het bestaan van onze voormoeders beheerst zal hebben.

En daarmee voegen we een belangrijke sterke rol toe aan de rollen die vrouwen in de geschiedenis worden toebedeeld. Die rollen zijn vaak moeder van….en geliefde van…..of slachtoffer. maar als we de rol en de betekenis van textiel meenemen dan waren vrouwen producenten, maaksters. De producten dienden niet alleen om hun kinderen te beschermen of het huis winddicht te maken. De weefsels, de stoffen waren sowieso een verrijking voor de cultuur, zorgden voor bescherming. Vaak waren de stoffen een product dat geschikt was voor de handel.

Deze foto maakte ik in de zomer van 2022 in Lyon in Museum Confluences. De foto toont een voorbeeld van een Homo Sapiens, een vrouw tussen de 16 en 18 jaar oud. De reconstructie is wetenschappelijk gebaseerd op gevonden vezels in grotten en graven. Bij de verklarende tekst staat: 200.000 jaar geleden woonden de eerste mensen in Afrika. 45.000 jaar geleden kwamen de eerste mensen naar Europa.

‘45.000 jaar geleden’ …dat staat op het kaartje met info in het museum. Maar 60.000 jaar geleden wordt ook geschreven en er is geen sprake van een scherpe grens tussen homo sapiens en neanderthaler. Dat blijkt al uit het feit dat ze met elkaar kinderen konden krijgen. Er zijn skeletten gevonden van meer dan 300.000 jaar oud die sterk overeenkomen met de homo sapiens en jongere overblijfselen die minder overeenkomsten vertoonden. Waarschijnlijk is lang sprake geweest van uiteenlopende culturen met uiteenlopende uiterlijke kenmerken.

De vrouw op de foto draagt geweven kleding, een omslagdoek van huiden en bont, ook schoenen/laarsjes van leer en bont. En versieringen: armbanden van schelpen en een tasje/zakje versierd met schelpen. Die versieringen kan ik veelzeggend vinden: een behoefte om je te onderscheiden van de ander. De reconstructie is gebaseerd op vondsten van 20.000 jaar oud. Dus ongeveer 1000 voormoeders voor ons.

Men neemt aan dat wonen in Europa niet mogelijk was zonder beschermende kleding.
Er is nog een andere, indirecte indicatie voor hoe lang kleding bestaat en dat is het bewijsbare bestaan van de kleerluis. (Zie Wikipedia, met dit onderwerp) De kleerluis, die kleding nodig heeft om te overleven bestaat 107.000 jaar. Minimaal bestaat ie 83.000 jaar, maar het kan ook zijn dat ie er al 170.000 jaar is. We mogen aannemen: zolang bestaat er dus ook textiel. 100.000 jaar geleden dat is 5000 oma’s geleden. Ik tel 5 oma’s in 100 jaar :-).

Een andere indicatie voor de ouderdom van textiel is: nabij Essaouira, een kustplaats in Marokko – Afrika – werden in 2021 kralen gevonden. Ze zijn 142.000 en 150.000 jaar oud. Als je kralen hebt, dan is er ook draad of touw geweest. Als er kralen waren, die zijn bedoeld als versiering, om iets mooi(er) te maken, dan betekent het dat mensen ook destijds belang hechtten aan schoonheid en aan eigen identiteit. (De Volkskrant. 14 dec. 2021)



Misschien was het in Siberië niet altijd zo koud, misschien maakte de tekenaar een foutje…dat waren mijn oppervlakkige gedachtes
Maar nee…geen foutje: in het ijskoude Siberië wonen al bijzonder lang mensen.
Ik las daarover twee dingen: in de koude zee was bijzonder veel vis. Van recenter datum zijn onderzoeken bekend naar het eten dat op aardewerken schalen werd geserveerd. Het antwoord luidde: trekzalm.
Tja, het vangen van trekzalm zal voor de prehistorische mens niet moeilijk zijn geweest. En vervolgens: je kunt je eten heel goed in de diepvries bewaren.
wikipedia vertelt echter over de jacht op snelle trekdieren: onder andere rendieren.

En wat de temperatuur betreft: toen het ook in Siberie warmer werd, steeg de temperatuur naar min 20 tot min 30 graden. Daarvoor was het niet zelden min 50 graden.
Hoe kunnen mensen overleven bij die lage temperaturen?

De mensen in Siberië, ik denk dat hun cultuur raakvlakken heeft met de Sami in Scandinavië. Hun huis, de tsjoem, kun je vergelijken met de tipi van de inheemse Amerikanen. De tsjoem heeft op de grond een diameter van 10 meter. In het midden zit een gat waar de rook van het vuur uit kan ontsnappen.

De bewoners van Siberië hadden geen droog hout, maar beenderen van dode dieren kunnen ook dienen als brandstof.

De mensen in Siberië konden pakken op maat maken. De pakken bestonden uit bontvellen. Ze maakten de kledingstukken dubbel. Het leer zat aan de binnenkant én aan de buitenkant. Het bont, de pels zat binnenin.
Ik las ooit dat ze zelfs speciale pakken hadden waarin op de rug van de moeder een draagzakje was ingebouwd voor de kleine baby. De voetjes pasten in de oksel van de moeder en die bleven dus warm.






Literatuur:

Wikipedia: prefrontale cortex.
Wikipedia: Proconsul geslacht
Wikipedia: Mesopotamië
Hunebedcafé: hoe bewerk je een dierenhuid tot leer
Hunebednieuwscafé: Proconsul Africanus
T.v.-programma: Welkom in de Oertijd.In het t.v.programma ‘Welkom in de Oertijd’ dragen de acteurs, die verbeelden hoe het duizenden jaren geleden gegaan zou kunnen zijn, kleding die volgens mij verantwoord is nagemaakt.
Over Mesopotamie: historiek.nl
Over de kleding van de Assyriers, Soemeriers en Babyloniers: http://www.dvdtang.nl.
https:// Geschiedenis van Mesopotamische kleding: de evolutie van kostuums in het oude Irak. https://thezay-org
https://history.com: hoe was het leven in het oude Babylon?
https:// scholieren.com
RMO.nl: Museumkennis – Archeologie van Nederland – Prehistorie. – Rijksmuseum Oudheden – Rapenburg 28 Leiden.
De onzichtbare vrouw – J.M. Adovacio, Olga Soffer en Jake Page – Artemis en co. ISBN 978 90 472 0039 0 – Oorspronkelijke titel: the invisible sex: Uncovering the true roles of women in prehistory.            
Over de kleding van vrouwen in vroege samenlevingen kunt u ook lezen in het hoofdstuk: Waarom dit blog over textiel?
Wikipedia: De Neanderthaler
Wetenschap in Beeld – special – Teijdschrift van QUEST blz. 34

TEXTIELKUNST
Britta Marakatt Labba

Op Wikipedia lees ik dat Britta Marakatt-Labba uit Zweden komt. Maar ik herinner mij dat ze in een documentaires vertelt hoe ze bij de Sami hoort: een inheemse bevolkingsgroep die leeft met en van de rendierkuddes. Ze legt uit dat de rendieren geen rekening houden met landsgrenzen: in het noorden van Scandinavië, waar ook zijzelf geboren is bestaan enkel natuurgebieden.
Britta Marakatt-Labba is een textielkunstenares.

De vier werken op deze foto’s zijn gedeeltes uit haar wandkleed van ruim vijfentwintig meter lang. Het is gemaakt op wit vilt en de afbeeldingen zijn erop geborduurd.

Bij NPO – Start is een mooie documentaire te zien: ‘Kunstenares Britta Marakatt en de nomaden van de Finse poolcirkel.’ ‘De indrukwekkende borduurwerken vertellen het verhaal van het Noord- Europese nomadische Sami-volk.

Via het verhaal van Britta marakatt kunnen we makkelijker begrip krijgen voor de leefwijze van nomadische mensen.
De naam van de site van Britta: brittamarakattlabba.com
Zie ook wikipedia met haar naam.

de naam van youtube