Aug. ’26 Zeeland in aquarel en uitbottende treurwilgen in textiel

In de afgelopen maand was het vaak warm. De Franse wielerronde leek al na twee weken afgelopen: de tijd glipte blijkbaar door mijn vingers.
Even schrok ik dat ik niets had gedaan; mijn bewustzijn is met die warmte bllijkbaar evenmin op zijn best.

Mijn aquarelblocs lagen wekenlang buiten op de tuintafel. Iets wat vrijwel nooit kan: aquarelpapier en aquarelpotloden reageren met kromtrekken en zacht worden op vocht.
Ik ben inderdaad niet begonnen aan nieuw werk, maar ik maakte wel aquarellen en textiel werk af.

AQUARELLEN VAN DE ZEE BIJ DOMBURG

In de herfst van 2025 was ik uitgenodigd voor een kort weekend in Domburg. Zeeland…het steeds veranderende licht vraagt erom te worden vastgelegd. Zo’n kort weekend is gevuld met sociale contacten, dus wat aquarellen betreft: ik kwam niet verder dan eerste aanzetten.
Die eerste aanzetten heb ik dus afgelopen maand uitgewerkt.

De dagen vóór mijn aanwezigheid woedde op de Noordzee een dijk van een storm.
De zee en de lucht waren er nog steeds onrustig van: bij de kleuren van het water deden zich ongewone taferelen voor: felgroen (algen?), felblauw (reflectie), wisselden elkaar af.
En de branding was breed en wild.
De zandbanken hadden allen de vorm van golven.

En de lucht, de atmosfeer…niets was nog in balans: de dreigendste luchten wisselden af met de helderblauwe hemel.
De aquarellen zijn klein: ongeveer 18 x 25 centimeter.
Er zijn aquarellisten die werken met grote gebaren; dat wil ik echt een keer gaan leren.
Omdat ik zelf meer voorzichtig opbouw vanuit details kan ik bij kleine aquarellen het geruststellende idee hebben dat ik ‘m ga af krijgen. Het fijne van kleine aquarelblocs is ook dat je ‘tegelijk’ (lees: achtereenvolgens) aan meerdere werken iets kunt toevoegen.
De verscheidene lagen hebben vaak droogtijd nodig.

En eerlijk is eerlijk: klein werk is makkelijker dan groot werk.
Vormen in een klein vlak plaatsen…dat gaat al snel goed.
Maar grote vormen…het is een vak om die boeiend te houden…het is een vak om die precies juist in het vlak te plaatsen.

MIDDELBURG
Middelburg ligt niet ver van Domburg. Middelburg heeft onder andere vanuit de VOC een rijk textielverleden. Er was een levendige teelt van hennep en hennep werd er verwerkt tot de sterke stof canvas waar de zeilen van de VOC werden gemaakt. Op de site textielkunde staan twee artikelen over hennep.
Maar goed: Middelburg dus.

Het museum van Middelburg is gevestigd in een voormalige abdij. Dit is de binnenplaats van dat museum.
Ik tekende met een klein pennetje (Oost-Indische inkt) en daarna aquarelleren…u ziet het was herfst.
In dat Zeeuws museum zijn bijzondere wandtapijten te zien.
Ik zal er binnenkort over schrijven: ze zijn honderden jaren geleden gemaakt in opdracht van het provinciebestuur.
De afbeeldingen laten zien, hoe groot de rol was van de Zeeuwse Watergeuzen.


Batiks in combinatie met borduurwerk

Vorig jaar besloot ik om te experimenten met textiele technieken.

Het is niet zonder risico is om textiele technieken te combineren: stel ik maak kruissteekjes op een geknoopt vloerkleed, ik macramé op een gebreide trui….alles kan….maar….
wellicht komt het macramé niet tot zijn recht, misschien heeft die gebreide trui dat macramé helemaal niet nodig om beter gezien, meer gewaardeerd te worden.

Dat ik treurwilgen fascinerende bomen vind, schreef ik al eerder.
Welnu: hier is een resultaat: de blauwe achtergrond en de contouren van de boomstam zijn gebatikt.

Grote treurwilgen kunnen zo angstaanjagend gesnoeid zijn: grote staketsel steken dreigend in de lucht. Soms is het moeilijk te geloven dat de bomen niet dood zijn.

Het kan maanden duren voordat de nieuwe takjes en bladeren uitbotten.

De dunne twijgen, de kleine blaadjes, hun bloeiwijze maakte ik met allerlei steken: ze zijn als het ware getekend op het stof.
De lijnen zijn niet gemaakt met pen of potlood, maar met draad.
Ik verbeeldde op meerdere manieren de dunne nieuwe twijgen: allerlei soorten garen (bijvoorbeeld getwijnde katoen uit elkaar gedraaid en de individuele dunne draadjes vastgezet met bijvoorbeeld dunne zijde.

Aardig vind ik dat het werk hier en daar een beetje driedimensionaal wordt. De draadjes liggen er met een klein boogje op.
Dat vind ik wel mooi bij textiel passen: textiel is zacht. Zachtheid mag voelbaar zijn.
En de dunne draadjes corresponderen wel met de dunne takjes. Die dunne takjes zou ik met textielverf moeilijk kunnen weergeven.

Omdat er zo’n contrast bestaat tussen de oude kolossale dood lijkende stammen en de ijle fragiele nieuwe blaadjes en takjes, ga ik deze drie werken de titel ‘Hoop’ geven.

Nu nog nadenken over een goede manier om ze te presenteren. Het zijn drie kleine werkjes. Ze zijn gespannen op een paneel; ieder heeft het formaat van 20 x 20 cm.
Allemaal klein werk dus deze maand.

Ik wens u veel inspiratie in de mooie komende zomermaand.